Bouwwereld wacht af

Er waait een briesje door Nederland. Het besef dat de verandering van het klimaat een feit is, begint dankzij de inzet van mensen als Al Gore eindelijk door te dringen. Dit kabinet durft met minister Cramer eindelijk een voorzichtige vuist te maken om tot een grote CO2 reductie te komen.

Ik ben van mening juist de bouw een grote invloed kan hebben op de jaarlijkse CO2 uitstoot in Nederland. Dat is op zich niets nieuws…
Als het op daden aan komt blijft het echter oorverdovend stil uit die hoek. De door de overheid gestelde norm is altijd automatisch het maximum. Er is nauwelijks eigen initiatief. De architect ontwerpt geen energiezuinige woning als hij daar geen opdracht voor krijgt. De ontwikkelaar ontwikkelt geen energiezuinige woning omdat daar geen draagvlak voor zou bestaan. De consument koopt geen energiezuinige woning omdat hij de noodzaak niet ziet en er te weinig aanbod is. Zo wacht iedereen op iedereen. En vreemd genoeg ziet iedereen er wel de noodzaak van in.

Buiten de terechte zorg voor het klimaat is er nog een andere reden om wel in beweging te komen. Binnen 25 jaar zullen de energielasten meer dan de helft van onze woonlasten uitmaken. Voor de van subsidie afhankelijke huurders is dat punt binnen tien jaar al bereikt. Juist deze kwetsbare groep woont in de slechtste woningen. Wat kunnen wij, wat kan onze beroepsgroep, daaraan bijdragen? Wij hebben in ieder geval de morele verplichting hier een standpunt over in te nemen. Wij kunnen zelf een energienorm stellen. Het is een kwestie van keuzes durven maken. Er wordt nu gesteld dat pas rond 2020 een EPC van 0,4 – 0,6 zou moeten gelden. Dat betekent dat we de komende jaren willens en wetens woningen produceren die kort na oplevering niet meer zullen voldoen. Laten we stap voor stap scherper gaan. 0,7 in 2008; 0,6 in 2009 enzovoorts.

Met vijf tot tien procent extra investering is bijvoorbeeld een PassiefHuis te bouwen die tot tachtig procent minder energie gebruikt. De markt moet deze kostenbesparing op lange termijn op waarde gaan schatten. Met andere woorden: ‘inconvenient’ moet ‘convenient’ worden.
We moeten af van het korte termijn denken: de koper die niet verder kijkt dan wat hij nu denkt te kunnen betalen, de ontwikkelaar en de makelaar die risico’s vermijden en niet investeren in de toekomst, maar zeker ook de architect die lijdzaam afwacht wat zijn volgende project zal inhouden.
Sommige architecten voelen de noodzaak een visie te ontwikkelen over duurzaamheid. Inmiddels hebben enkele architecten stappen in die richting gezet. De makelaar en ontwikkelaar zullen het product ‘energiezuinige woningen’ moeten gaan vermarkten. Corporaties moeten bedenken hoe zij de extra investeringen kunnen verantwoorden.

Voor de overheid ligt ook een belangrijke rol. De door lokale overheden goedbedoelde opgelegde plafonds in verkoopprijzen maken de benodigde investeringen onmogelijk en hebben dus een averechts effect op de duurzaamheid. Mooie alternatieven als restwarmte van centrales en geothermie worden ten onrechte gekoppeld aan de gasprijs (niet meer en niet minder). Er moet weer worden geïnvesteerd in verdere ontwikkeling van onder andere zonnecellen en windenergie.

In tegenstelling tot wat men in Nederland graag denkt, lopen wij ver achter bij onze buurlanden als het op normering en subsidiering van duurzame energie aankomt. De overheid zou de komende jaren alle projecten waar met duurzame energie wordt geëxperimenteerd en gebouwd stevig moeten subsidiëren. Alleen dan zullen we de snelheid en de techniek ontwikkelen om alle nieuwe en vooral renovatieprojecten energiezuinig te kunnen uitvoeren. Het vergt moed om hierin een keuze te maken. Niet kiezen is ook een keuze.

Weijnen, P. (2008). Bouwwereld wacht af. In: De architect januari 2008, p. 12.

This entry was posted on zondag, mei 9th, 2010 at 21:01 and is filed under Geen categorie. You can skip to the end and leave a response. Pinging is currently not allowed.

Laat een bericht achter




  • « Older Entries
  • Newer Entries »